Nieuwsdetail Vink & Partners
Tweede Kamer akkoord met Wet werkelijk rendement box 3
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen.
Hoofdregel: vermogensaanwasbelasting
De Wet werkelijk rendement box 3 kent als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting voor alle vermogensbestanddelen, met uitzondering van onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups. Voor deze vermogensbestanddelen geldt een vermogenswinstbelasting.
Het verschil tussen de vermogensaanwasbelasting en de vermogenswinstbelasting is gelegen in het moment waarop waardestijgingen in de heffing worden betrokken. Bij de vermogensaanwasbelasting wordt de waardestijging jaarlijks in de heffing betrokken, terwijl bij de vermogenswinstbelasting heffing enkel plaatsvindt bij realisatie van die waardestijging.
In Europa is er geen enkel ander land dat bij particulieren heft over de jaarlijkse vermogensaanwas. Een belangrijk bezwaar tegen de vermogensaanwasbelasting is namelijk dat deze afbreuk doet aan het draagkrachtbeginsel, omdat tussentijdse heffing plaatsvindt over een ongerealiseerde, papieren waardestijging. Hierdoor zouden liquiditeitsproblemen kunnen ontstaan, en vooral indien men veel belegt in illiquide vermogensbestanddelen en weinig banktegoeden aanhoudt. Men zou dan tot verkoop van bepaalde vermogensbestanddelen over moeten gaan om de inkomstenbelasting over de ongerealiseerde vermogensgroei te kunnen betalen.
Het is de bedoeling dat het nieuwe box 3-stelsel met ingang van 1 januari 2028 in werking treedt. Daarvoor moet de Eerste Kamer wel eerst uiterlijk half maart 2026 instemmen met het wetsvoorstel.
De begrotingsdruk is hoog. Verder uitstel zou de schatkist namelijk € 2,4 mld. per jaar kosten.
Coalitieakkoord 2026-2030: vermogenswinstbelasting?
Het is maar de vraag hoe lang dit nieuwe stelsel standhoudt. Het nieuwe kabinet-Jetten heeft in het Coalitieakkoord 2026-2030 namelijk al aangekondigd het nieuwe Box 3-stelsel door te willen ontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
Mocht u vragen hebben naar aanleiding van de Wet werkelijk rendement box 3, neem dan contact op met mr. N.B.M. Vink of mr. S. Vink, advocaat-belastingkundigen bij Vink & Partners Legal and Tax.