Nieuwsdetail Vink & Partners
Enige fiscale en juridische wijzigingen per 1 januari 2026
Wij hebben dit hieronder uiteengezet in een vraag- en antwoordvorm, omdat op deze wijze naar ons oordeel de stand van zaken rondom box 3 - een nogal complexe materie - het meest begrijpelijk kan worden uitgelegd.
I. Wat zijn de relevante wijzigingen voor 2026, te beginnen met de fiscale?
Voor de inkomstenbelasting zijn er kleine wijzigingen in box 1.[1]
De belangrijkste wijziging voor de inkomstenbelasting zit in box 3. Box 3 gaat uit van drie vermogenscategorieën, te weten banktegoeden, schulden en overige beleggingen, elk met een eigen forfaitair rendementspercentage. Het forfaitaire (fictieve) rendementspercentage voor overige beleggingen in 2026 wordt verhoogd naar 6% (was: 5,88% in 2025). Met Prinsjesdag was onder meer voorgesteld om dit percentage te verhogen naar 7,78%, maar deze maatregel is teruggedraaid. Het belastingtarief voor box 3 blijft 36%.
Voor het jaar 2026 zal ook weer gebruik kunnen worden gemaakt van de zogenaamde tegenbewijsregeling box 3 om aan te tonen dat het werkelijk behaalde rendement lager is dan het fictief berekende rendement. Ingeval het werkelijk rendement lager blijkt te zijn dat het forfaitair rendement, dan volgt er een belastingteruggaaf voor het verschil.
Nieuw is dat vanaf het jaar 2026 bij de tegenbewijsregeling het voordeel wegens het eigen gebruik van een tweede woning (de economische huurwaarde) alsnog wordt belast.
Vervolg: Waarom is de tegenbewijsregeling ingevoerd en hoe werkt die?
Wij zullen proberen het eenvoudig te houden. Dat je ook mag uitgaan van het werkelijke rendement wanneer dat lager is, is een gevolg van het feit dat ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, heeft uitgemaakt dat het belasten van box 3-vermogen op basis van een fictief rendement niet kan wegens strijd met het Europese recht.
Dat begon al met een arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, het zogenaamde Kerstarrest. Daarna zijn aangepaste regelingen ingevoerd, te weten de Wet rechtsherstel box 3 (voor de jaren 2017 t/m 2022) en de Overbruggingswet box 3 (voor de jaren 2023 e.v.), die ook volgens nieuwe arresten van de Hoge Raad - de 6 juni 2024-arresten - nog steeds ontoereikend waren in de gevallen dat het berekende fictief rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement.
Naar aanleiding daarvan is de Wet tegenbewijsregeling box 3 geïntroduceerd. Op grond van deze regeling wordt eerst het inkomen berekend op basis van het voor dat jaar geldende forfaitair berekende rendement, maar hebben belastingplichtigen recht op een belastingteruggave, wanneer zij kunnen bewijzen dat het werkelijk behaalde rendement lager blijkt te zijn dan het inkomen berekend op basis van het voor dat jaar geldende fictieve rendement.
Vervolg: Is dat interessant? Levert dat wat op en wat moet je doen om daar een beroep op te doen?
Jazeker, maar er moet wel een beroep op worden gedaan door invulling van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement. Dat kan zeker lonen. Ons kantoor heeft al voor veel van onze cliënten een dergelijk formulier ingediend en in bepaalde gevallen zou dat tot een belastingteruggave moeten leiden van enkele tonnen. Daaruit blijkt hoe onrechtvaardig deze regeling in die gevallen was.
Vervolg: Hoever gaat de tegenbewijsregeling box 3 terug en geldt die voor Iedereen?
Vanaf het belastingjaar 2021 kan iedereen een beroep doen op de tegenbewijsregeling.
Voor de jaren 2017 t/m 2020 moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen “bezwaarmakers”, mensen die indertijd tijdig tegen deze aanslagen bezwaar hebben gemaakt en “niet-bezwaarmakers”. Voor de groep niet-bezwaarmakers geldt de tegenbewijsregeling vooralsnog niet, maar dat kan veranderen. Voor deze groep is namelijk bezwaar aangetekend, de zogenoemde massaalbezwaarplus-procedure, waarin aan de Hoge Raad de vraag is voorgelegd of deze groep wel van de tegenbewijsregeling kan worden uitgesloten. De uitkomst daarvan zal voor de hele groep gelden, dus ook wanneer men niet zelf bezwaar heeft gemaakt.
Vervolg: Hoe wordt het wettelijk rendement voor box 3 berekend?
Bij de berekening van het werkelijk rendement wordt uitgegaan van het werkelijk genoten inkomen, zij het dat kosten - niet zijnde rentekosten - niet mogen worden afgetrokken bij de berekening van het werkelijk rendement. Waardestijgingen moeten voor de berekening worden meegenomen. Waardeverliezen mogen daarentegen worden afgetrokken, zij het dat het inkomen hierdoor niet minder dan nul kan worden.
Vervolg: Hoe worden de waardestijgingen/waardedalingen berekend, ingeval van onroerend goed?
Bij woningen wordt uitgegaan van de WOZ-waarde. De waardestijging/-daling wordt dan berekend door de WOZ-waarde aan het begin van het jaar te vergelijken met de WOZ-waarde aan het eind van het jaar.
Bij ander onroerend goed is het uitgangspunt de waarde in het economisch verkeer.
Vervolg: Is het meenemen van waardestijgingen bij de berekening van het werkelijk rendement niet nadelig voor mensen met onroerend goed?
Ja, dat kan voor deze groep nadelig zijn wanneer het onroerend goed aanzienlijk in waarde is gestegen. Dat kan namelijk tot gevolg hebben dat het werkelijk rendement hoger is dan het fictief berekende rendement, waardoor er geen teruggave mogelijk is.
Vervolg :Wat gebeurt er wanneer het werkelijk rendement hoger is dan het fictief berekende rendement? Moet men dan bijbetalen?
Nee, in dat geval is het fictief berekende rendement bepalend en hoeft er dus niet bijbetaald te worden.
Vervolg: Ik heb begrepen dat deze tegenbewijsregeling feitelijk een lapmiddel is in afwachting van de invoering van een nieuw box 3-stelsel, waarbij uitsluitend op basis van het werkelijke rendement inkomstenbelasting wordt geheven. Klopt dat? Was het niet de bedoeling om die wet in te voeren met ingang van 1-1-2028?
Dat klopt, maar - zoals het nu staat - is het nog maar de vraag of invoering per 1 januari 2028 gehaald wordt. Om in 2028 te kunnen starten, moet de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 uiterlijk 15 maart 2026 aannemen.
Nieuw in het wetsvoorstel dat er ligt, is dat Nederland ook een zogenaamde capital gain tax op basis van vermogensaanwas wil invoeren, doordat ongerealiseerde waardestijgingen gaan meetellen bij de berekening van het werkelijk rendement.
Ingeval van onroerende zaken en bepaalde startups wordt deze waardestijging echter niet jaarlijks meegenomen en belast, maar vindt belastingheffing pas plaats bij verkoop.
NB: Voor meer uitleg over deze zaken verwijzen wij ook naar de artikelen op onze website.
Vervolg: Waarom is dat?
De reden is dat in deze gevallen veelal de middelen er niet zijn om jaarlijks die belasting te kunnen betalen.
II. Enige juridische wijzigingen:
- Met ingang van 1-1-2027 verdwijnen de nulurencontracten. Dat zijn arbeidscontracten, waarbij werknemers kunnen worden opgeroepen wanneer die nodig zijn. Dat mag dan niet meer. Met hen dient vanaf 1-1-2027 een vast contract te worden afgesloten met daarin vermeld het aantal vaste uren. Dat geldt overigens niet voor minderjarige scholieren en studenten.
- Met ingang van 1-1-2027 komen er strengere regels voor tijdelijke contracten. Vanaf 1-1-2027 mogen er geen tijdelijke contracten meer verlengd worden. Na een drietal tijdelijke contracten moet er vanaf 1-1-2027 vijf jaar gewacht worden, voordat er met dezelfde werknemer opnieuw een tijdelijk contract mag worden afgesloten. Nu is dat nog 6 maanden.
- Met ingang van 1-1-2026 zijn crypto-aanbieders, die zich op de Europese markt begeven, verplicht om gegevens van hun gebruikers te verzamelen en te rapporteren aan de Belastingdiensten van de EU, dus ook aan de Nederlandse Belastingdienst. Dit is een maatregel, die bedoeld is om belastingontduiking (crypto-opbrengsten zijn in principe ook belast) en criminele gelden tegen te gaan. De verwachting is dat hierdoor de nodige niet-aangegeven crypto activa aan het licht zullen komen.Vrijwillige verbetering zonder verhoging zal in deze gevallen niet echt meer mogelijk zijn, maar alsnog nu snel aangeven is naar ons oordeel niet onverstandig. Aangeven van cryptobezit, zo weten wij uit de inkeergevallen die wij behandeld hebben, is veelal niet zozeer het probleem, maar wel de herleiding van de transactiegeschiedenis daarvan, dus het aantonen hoe het vermogen is opgebouwd. Dit kan problemen opleveren, wanneer een en ander niet goed is bijgehouden. In de gevallen, die wij behandeld hebben, zijn wij daar overigens altijd wel goed met de fiscus uitgekomen.
Mocht u vragen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, neem dan contact op met mr. N.B.M. Vink of mr. S. Vink, advocaat-belastingkundigen bij Vink & Partners Legal and Tax.
[1] Box 1 bestaat uit inkomen uit werk en woning en kent drie schijven met als hoogste tarief 49,5%. Box 2 bestaat uit inkomen uit aanmerkelijk belang en kent twee schijven, 24,5% voor de eerste schijf en 31% In de tweede schijf.