Opnieuw groepsverzoek fiscus aan Zwitserland om gegevens van UBS-rekeninghouders te verstrekken

Opnieuw, en wel op 21 februari 2017, is door de Nederlandse fiscus aan de Zwitserse collega's verzocht om de gegevens van Nederlandse UBS-rekeninghouders uit te wisselen, nadat er in 2015 ook al een dergelijk verzoek was uitgegaan om gegevens van Nederlandse UBS-rekeninghouders over de periode 1 februari 2013 tot en met 31 december 2014 te verkrijgen. Dit volgt uit een publicatie in het Zwiterse Bundesblatt van 11 augustus 2020. De tekst van het door Nederland aan de Zwitserse autoriteiten gedane groepsverzoek is middels deze link in zowel het Duits als in het Engels raad te plegen.   

Ditmaal gaat het om de gegevens over de periode 1 maart 2010 tot en met 31 december 2015. Er wordt in het groepsverzoek specifiek gevraagd om namen, voornamen, geboortedata en meest recente adressen van rekeninghouders, beneficial owners en rechtsopvolgers te verstrekken, alsmede de rekeningsaldi per 1 maart 2010, 1 januari 2011, 1 januari 2012, 1 januari 2013, 1 januari 2014, 1 januari 2015 en 31 december 2015. De startdatum van 1 maart 2010 houdt verband met het feit dat het uitwisselingsverzoek gebaseerd is op artikel 26 van het nieuwe belastingverdrag dat op 26 februari 2010 tussen Nederland en Zwitserland ter vermijding van dubbele belastingheffing met betrekking tot belasting op inkomen is gesloten. 

Het nieuwe verzoek is eigenlijk een vervolg op gegevens die de Nederlandse fiscus via de Duitse collega’s heeft gekregen. Deze gegevens bevatte een grote hoeveelheid aan informatie met betrekking tot Nederlandse rekeninghouders, die in 2006 en 2008 een rekening bij UBS zouden hebben gehad. Er stonden toen echter geen NAW-gegevens bij vermeld (vgl. ons eerdere nieuwsbericht van 26 april 2016).

Tot slot vermelden wij nog dat ons kantoor veel ervaring heeft met dergelijke zaken. Uit dien hoofde is het bij ons onder andere bekend dat het nog niet (in alle gevallen) te laat is, wanneer u nu alsnog openheid van zaken geeft en dus niet afwacht totdat u in deze zaak een vragenbrief van de Nederlandse fiscus heeft ontvangen. Nu zelf actie ondernemen kan namelijk gezien worden als een ‘strafverminderende omstandigheid’ en kan leiden tot een lagere boete. Deze is in geval van opzet maximaal 300%. Het laatste is ook niet onbelangrijk, omdat met ingang van 1 januari 2020 strafrechtelijke vervolging niet meer is uitgesloten, in geval van vrijwillige verbetering. 

Bent u van plan om verzwegen inkomens- en/of vermogensbestanddelen aan te geven of wenst u daarover voorafgaand advies in te winnen, aarzel dan niet om contact op te nemen met mr. N.B.M. Vink of mr. S. Vink, advocaat-belastingkundigen, verbonden aan Vink & Partners Legal and Tax.