Inkeerregeling per 1 januari 2018

Zwartspaarders onder vuur: navordering en een maximale boete van 300%

Het risico van het niet-aangeven van (buitenlandse) vermogensbestanddelen, in het bijzonder bij de bank aangehouden tegoeden, effectenportefeuilles en onroerend goed, wordt steeds groter. De fiscus beschikt inmiddels dankzij diverse gesloten informatie-uitwisselingsverdragen over de nodige middelen om dergelijke informatie buiten de belastingplichtige om te verkrijgen. Dit wordt ook nog eens gemakkelijker gemaakt door opheffingen van tot voor kort bestaande bankgeheimen, zoals in België, Oostenrijk, Luxemburg, Liechtenstein en Zwitserland het geval is. Daarnaast is de op te leggen boete, ingeval men wordt ‘gepakt,’ aanzienlijk en is – wanneer niet wordt gekozen voor tijdige inkeer – zelfs strafrechtelijke vervolging wegens belastingfraude niet uitgesloten.

Indien het binnenlandse vermogensbestanddelen betreft, kan een correctie worden opgelegd over de afgelopen vijf jaren, terwijl navordering in buitenlandse gevallen tot zelfs twaalf jaren en in bepaalde gevallen zelfs langer dan twaalf jaren terug kan gaan. Beide situaties gaan onvermijdelijk gepaard met enige vorm van sanctionering in de zin van een verhoging, indien niet tijdig via de hieronder beschreven procedure wordt ingekeerd. Wanneer immers de fiscus eigenhandig bekend wordt met niet-aangegeven inkomsten uit box 1 of 2, dan wel met niet-aangegeven vermogen in box 3 kan een vergrijpboete worden opgelegd van maximaal 100%, respectievelijk 300%.

Het vermoeden van verzwegen vermogensbestanddelen leidt doorgaans tot een inlichtingenverzoek jegens de vermeende zwartspaarder en daar dient binnen een door de Belastingdienst gestelde termijn op gereageerd te worden. Indien de verzochte informatie uitblijft, kan de inspecteur een informatiebeschikking nemen, als gevolg waarvan de bewijslast omgekeerd en verzwaard wordt. Hierdoor zal de belastingplichtige overtuigend moeten bewijzen dat de aanslag die de inspecteur oplegt onjuist is. Dit leidt veelal tot bewijstechnische problemen en maakt bezwaar en/of beroep tegen een navordering, die op basis van de fiscus ter beschikking staande gegevens geschat zal worden met daarbij de maximale boetes over het verschuldigde belastingbedrag, in principe zo goed als onmogelijk.

De inkeerregeling: navordering voor een juist bedrag en een boete van ten hoogste ‘slechts’ 60%, respectievelijk 120%

Alhoewel de tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling voor zwartspaarders is afgelopen, is het nog steeds raadzaam om tijdig vrijwillig openheid van zaken te geven door melding te maken van eerder niet bij de Belastingdienst aangegeven vermogensbestanddelen. Gelet op het huidige risico van ontdekking zal de inkeerregeling met name voor buitenlandse zwartspaarders een ‘voordelige’ uitkomst kunnen zijn. Op deze manier kan namelijk worden bewerkstelligd dat een navordering wordt opgelegd over de juiste periode en dat de navordering niet op een te hoog bedrag wordt vastgesteld. Daarnaast wordt door tijdige inkeer – en dat maakt een substantieel verschil – de hoogte van de vergrijpboete gematigd en is strafrechtelijke vervolging in beginsel uitgesloten. In geval van niet-aangegeven inkomsten uit box 1 of 2 wordt de boete namelijk gematigd tot 60% van de ontdoken belasting en in geval van niet-aangegeven vermogen in box 3 tot 120%. In beide gevallen zal over de twee meest recente jaren zelfs in het geheel geen boete worden opgelegd. Voor de volledigheid wordt opgemerkt, dat naast de navordering ook heffings-/belastingrente betaald zal moeten worden over de belastingschuld.

N.B. met ingang van 1 juli 2016 heeft de Staatssecretaris van Financiën de boete bij vrijwillige inkeer, in geval van niet-aangegeven vermogen in box 3, verhoogd van 60% naar 120% (zie ook ons nieuwsbericht van 29 april 2016). 

Staatssecretaris Wiebes van Financiën wil bestaande inkeerregeling afschaffen met ingang van 1 januari 2018

De Staatssecretaris heeft bij brief van 17 januari 2017 aangekondigd van de bestaande inkeerregeling in zijn geheel af te willen (zie nieuwsbericht Ministerie van Financiën van 17 januari 2017). Door afschaffing van de inkeerregeling komt ook een einde  aan de regeling dat belastingplichtigen die binnen twee jaar na het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte willen doen, dit kunnen doen zonder dat het opleggen van een vergrijpboete mogelijk is. De boete die je na afschaffing betaalt, zou de maximale boete van 100%, respectievelijk 300% zijn, met dien verstande dat het alsnog door de belastingplichtige verstrekken van juiste en volledige inlichtingen wel blijft gelden als een strafverminderende omstandigheid. Daarnaast kan de Belastingdienst een zaak in voorkomende gevallen ook overdragen aan het Openbaar Ministerie voor strafrechtelijke vervolging. Bij brief van 12 juli 2017 heeft de Staatssecretaris aangekondigd de inkeerregeling met ingang van 1 januari 2018 af te willen schaffen. Dit houdt in dat met ingang van 1 januari 2018 geen beperkte termijn meer zou gelden, waarbinnen volledige boetematiging plaatsvindt. 

Op het voorstel tot afschaffing van de inkeerregeling is veel kritiek geweest. Bij de kamerbehandeling van de afschaffing van de inkeerregeling is dan ook op het laatste moment een amandement van het CDA-Kamerlid Omtzigt aangenomen. Dat amendement komt er op neer dat uitsluitend de inkeerregeling wordt afgeschaft voor verzwegen inkomen uit sparen en beleggen in box 3, dat in het buitenland is opgekomen. De inkeerregeling blijft derhalve onverkort bestaan voor verzwegen inkomsten uit Box 1 (inkomsten uit arbeid/winst uit onderneming), uit Box 2 (inkomsten uit aanmerkelijk belang) en uit Box 3, voor zover die niet in het buitenland zijn opgekomen (zie nieuwsberichten: Afschaffing van de inkeerregeling, zij het niet in alle gevallen en Afschaffing van de inkeerregeling voor 'zwartspaarders'). 

Overgangsregeling

Er geldt echter een overgangsregeling. Volgens deze overgangsregeling blijft de oude inkeerregeling, zoals deze luidde op 31 december 2017, van toepassing op aangiften die vóór 1 juanuari 2018 zijn ingediend, dan wel ingediend hadden moeten worden. De oude inkeerregeling blijft ook van toepassing op informatie die vóór 1 januari 2018 is verstrekt of had moeten worden verstrekt. Het vrijwillig melden van buitenlands vermogen werkt, afgezien daarvan, nog steeds strafverminderend. Des te meer reden om alsnog tot inkeer over te gaan, indien u in het bezit bent van een niet eerder aangegeven buitenlandse bankrekening of ander buitenlands vermogen.

Voorwaarden voor een geslaagde inkeerprocedure

Van belang is dat wordt ingekeerd vóórdat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur bekend is of zal worden met de onjuistheid c.q. onvolledigheid van eerdere aangifte(n). Alleen dan zal sprake zijn van een vrijwillige inkeer. Aangenomen mag worden dat de inkeermelding in ieder geval tijdig is, indien van de Belastingdienst nog geen vragen heeft gesteld over (buitenlandse) vermogensbestanddelen, geen boekenonderzoek heeft aangekondigd waarbij het (buitenlandse) vermogen aan het licht kan komen, dan wel door de FIOD is aangekondigd dat een onderzoek tegen de belastingplichtige loopt inzake (buitenlandse) tegoeden.

Daarnaast dient de belastingplichtige aan de inspecteur een opgave te verstrekken die de inspecteur in staat stelt om een juiste belastingaanslag op te leggen zonder nader onderzoek. Professionele rechtsbijstand is daarbij onontbeerlijk.

De rol van Vink & Partners in zwartspaarderzaken

Op basis van de vele inmiddels met succes afgeronde inkeerprocedures heeft Vink & Partners Legal and Tax op dit gebied de vereiste ervaring vergaard. Onze advocaat-belastingkundigen beschikken over de benodigde expertise om een inkeer succesvol te verzorgen: vanaf de eerste melding tot en met de met de Belastingdienst te sluiten vaststellingsovereenkomst.

Bovendien bent u bij een begeleiding van uw inkeer door de advocaat-belastingkundigen van Vink & Partners verzekerd van geheimhouding. Advocaten hebben namelijk een wettelijke geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht, waardoor u in alle vrijheid en vertrouwelijkheid met ons kunt overleggen. Dat is overigens niet ook het geval bij belastingadviseurs en accountants, die in een dergelijk geval een meldingsplicht hebben op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). 

Actualiteiten met betrekking tot inkeren & acties van de fiscus tegen verzwegen vermogen: